Categorie archief: Column
Columns, beschouwingen en kritische analyses.
Open brief buitensluiting van 5-10% van de leerlingen van online schoolomgevingen
Voor wie niet bij Slideshare kan: directe download
Open brief buitensluiting van 5-10% van de leerlingen van online schoolomgevingen
Voor wie niet bij Slideshare kan: directe download
Educatieve e-boeken: nog een reden om opmars Silverlight tegen te houden
Als Magister ‘slechts’ een portaal was om te kijken welke cijfers je bij de laatste toetsen hebt gehaald, dan was het probleem van de koppeling Magister met Silverlight nog wel te overzien. Maar het blijft daar niet toe beperkt. Magister is namelijk aan het uitdijen met een elektronische leeromgeving en een omgeving voor digitaal lesmateriaal. Het gemak dient de mens. Waarom zou je als schoolorganisatie met weinig budget (en nog minder deskundigheid op dit terrein) moeilijk doen met het koppelen van Magister aan andere oplossingen? Die moet je dan ook allemaal afzonderlijk onderhouden. Maar als we hier even met een strategische blik naar kijken, dan voorzien we een (nabije) toekomst waar educatieve uitgevers leermaterialen als e-boek uitbrengen via Silverlight, met uitsluiting van 5-10% van de leerlingen en studenten.
Educatieve e-boeken: nog een reden om opmars Silverlight tegen te houden
Als Magister ‘slechts’ een portaal was om te kijken welke cijfers je bij de laatste toetsen hebt gehaald, dan was het probleem van de koppeling Magister met Silverlight nog wel te overzien. Maar het blijft daar niet toe beperkt. Magister is namelijk aan het uitdijen met een elektronische leeromgeving en een omgeving voor digitaal lesmateriaal. Het gemak dient de mens. Waarom zou je als schoolorganisatie met weinig budget (en nog minder deskundigheid op dit terrein) moeilijk doen met het koppelen van Magister aan andere oplossingen? Die moet je dan ook allemaal afzonderlijk onderhouden. Maar als we hier even met een strategische blik naar kijken, dan voorzien we een (nabije) toekomst waar educatieve uitgevers leermaterialen als e-boek uitbrengen via Silverlight, met uitsluiting van 5-10% van de leerlingen en studenten.
Overgewicht in de Nederlandse onderwijs ICT
Het is niet gezond als kinderen iedere dag junkfood te eten krijgen. Dat lijkt me evident maar als je een aantal afleveringen van Jamie Oliver’s School Dinners of Jamie Oliver’s Food Revolution hebt gezien, weet je inmiddels ook beter. Hij moest het idee van gezonde voeding door de strot duwen van schoolbesturen, docenten, ouders en leerlingen. Het huidige aanbod van suikerrijke, volvette snacks was toch meer dan voldoende? Betaalbaar, lekker en de leerlingen wilden ook niet anders. Voeg daar de gesponsorde frisdrankautomaten aan toe en je hoeft je niet meer af te vragen waarom kinderen op steeds jongere leeftijd last hebben van overgewicht, diabetes en gedragsstoornissen. Dat heeft helemaal niets te maken met verkeerde voeding, toch? Helaas gaat het op ICT-gebied niet veel beter in het onderwijs.
De afgelopen periode duiken heel wat klachten op over Magister. Magister is een pakket voor de schooladministratie wat zich beweegt in de richting van een elektronische leeromgeving. Het pakket heeft een belangrijk nadeel. Waar Magister in het verleden redelijk platformonafhankelijk toegankelijk was via een browser is inmiddels het gebruik van Silverlight vereist. Silverlight is een specifieke Microsoft-technologie voor rich content webomgevingen en is door Microsoft in de markt gezet als concurrent van Flash. Nu schermt het bedrijf uit Redmond ook graag met het gegeven dat Silverlight voor Windows, Mac en Linux beschikbaar is, maar dat is simpelweg onzin. De open source implementatie voor Linux (Moonlight) is brak en loopt achter bij Silverlight. Het gevolg is dat Magister alleen toegankelijk is voor computers met Windows en Silverlight, moeilijk toegankelijk is voor Mac’s en niet te gebruiken voor computers met Linux. Vervelend? Wel als ouders en leerlingen, die vanaf hun eigen computers toegang moeten hebben tot de Magisteromgeving, gedwongen worden op Windows over te stappen. Dat roept de vraag op dit acceptabel is voor scholen die met publiek geld worden gefinancieerd?
Mijn antwoord is al geruime tijd: “Nee, dat is onaanvaardbaar!”. De Nederlandse overheid heeft besloten dat open standaarden leidend zijn voor de publieke sector. Dus ook voor het Nederlandse onderwijs. Silverlight is geen open standaard en iedere cent die daarin wordt gestoken is dus in strijd met het Nederlandse overheidsbeleid. Onderwijsinstellingen zijn publieke instellingen en mogen derhalve geen enkele fysieke belemmering opwerpen op de toegankelijkheid. Een digitale fysieke belemmering is net zo onaanvaardbaar als nieuwe paaltjes in de deuropeningen van het schoolgebouw waardoor je met een rolstoel niet meer naar binnen kan.
“Ja”, zo hoor ik dan, “het is wel leuk die paar Linux-nerds, maar moeten we daarom onze schooladministratie aanpassen?” Dat gaat namelijk extra geld kosten. Nou en? Het toegankelijk houden van publieke gebouwen voor mensen met lichamelijke beperkingen kost ook geld. Moet je echt voor die ene rolstoelgebruiker een aparte opgang maken? Ja! Dat is wettelijk zo bepaald. En mijns inziens geldt dit onverkort voor de online omgeving van een school.
Recentelijk hoorde ik nog zo’n leuke. Open source was wel leuk natuurlijk, maar in het onderwijs moeten we leerlingen vooral voorbereiden op computertechnologie (inclusief software) die nu wordt gebruikt. Met een beetje pech kom je dan midden in een kip/ei-discussie terecht. Zal ik het even vertalen naar Jamie Oliver? We weten dat kinderen vooral patat en hamburgers lekker vinden, dus bieden we dat aan. Moet ik hier dan ook nog even een overzicht plaatsen van de dumpprijzen waartegen gesloten software in het onderwijs wordt afgezet? Microsoft Office Professional Plus, € 17,–; Visio, € 23,–; Windows 7, € 17,–; Adobe CS 5.5 Design/Premium, € 35,–; Autocad 2011, € 70,–. Voeg daar nog wat gratis diensten aan toe en het argument: “Jan, we krijgen de software gratis en dus is open source niet aantrekkelijk” is geboren. Ondertussen mesten we de kinderen lekker vet met gesloten computertechnologie (iPad erbij misschien?). Het onderwijsbestel fungeert zo als een zwaar gesubsidieerd stelsel voor het aanleren van productspecifieke vaardigheden waar de rest van de samenleving nog decennia de rekening voor betaalt. Bij het eerste de beste migratietraject naar open source software binnen een overheidsorganisatie of bedrijf loop je direct tegen hoge opleidingskosten aan, want zo’n beetje iedereen kan alleen nog maar met Windows en Microsoft Office werken. Met dank aan….
Terug naar Magister en Silverlight, als voorbeeld. Iedere cent die in een Silverlight-toepassing wordt gestoken is weggegooid geld. Microsoft roept het nog niet hardop, maar Silverlight is een technologie in het sterfhuis. De vernieuwde Skydrive van Microsoft? Draait niet meer op Silverlight. Windows 8 en haar nieuwe interface? Draait niet meer op Silverlight. Silverlight is exit.
Scholen die ouders en leerlingen dwingen met Windows en Silverlight te werken, en dat doen ze door Magister te gaan gebruiken, hebben ook geen enkele voeling met de bredere trends op het gebied van consumententechnologie. Het bedrijfsleven van vandaag moet aan de slag met fenomenen als ’bring your own device’, het nieuwe werken, ’consumerization of IT’ en beseft dat ze hun medewerkers vooral flexibiliteit en mobiliteit moeten aanbieden. Platformonfhankelijke flexibiliteit en mobiliteit. Open standaarden en open technologie zijn de enige manieren om daaraan tegemoet te komen.
De oplossingen zijn al meerdere malen aangeduid. Mijns inziens zou er geen cent meer gestoken mogen worden in welke technologie ook die ouders en leerlingen geen platformonafhankelijke toegang biedt. Dat geldt voor pakketten als Magister, maar ook voor elke ander onderwijsleer- of hulpmiddel. In het onderwijs mogen geen exclusieve productspecifieke vaardigheden meer aan worden geleerd. De overheid moet flink ingrijpen in het marktverstorende karakter van het dumpen van software tegen extreem lage prijzen. (Educatieve) software moet tegen marktconforme prijzen aan de scholen, ouders en docenten worden aangeboden, net zoals de fysieke leerboeken. In de leerdoelen moet expliciet het aanleren van productspecifieke vaardigheden aan banden worden gelegd. Dat zal in de praktijk leiden tot een mix van gesloten en open source software op alle terreinen binnen een school, waarbij de keuze gemaakt kan worden op inhoudelijke en kwalitatieve criteria.
Levert dit gedonder op? Wat denk je zelf? Het Nederlandse onderwijs lijdt aan een morbide obesitas als het gaat om gesloten ICT en is zo dik geworden dat ze het eigen bed niet meer uit kan rollen (goede initiatieven daargelaten). De gesloten softwareleveranciers zijn ‘feeders’ die geen enkel belang hebben bij een gezonder ICT-dieet. Het is nu de tijd om dat te veranderen, te beginnen met het in de prullenbak smijten van Magister. Nu!
Overgewicht in de Nederlandse onderwijs ICT
Het is niet gezond als kinderen iedere dag junkfood te eten krijgen. Dat lijkt me evident maar als je een aantal afleveringen van Jamie Oliver’s School Dinners of Jamie Oliver’s Food Revolution hebt gezien, weet je inmiddels ook beter. Hij moest het idee van gezonde voeding door de strot duwen van schoolbesturen, docenten, ouders en leerlingen. Het huidige aanbod van suikerrijke, volvette snacks was toch meer dan voldoende? Betaalbaar, lekker en de leerlingen wilden ook niet anders. Voeg daar de gesponsorde frisdrankautomaten aan toe en je hoeft je niet meer af te vragen waarom kinderen op steeds jongere leeftijd last hebben van overgewicht, diabetes en gedragsstoornissen. Dat heeft helemaal niets te maken met verkeerde voeding, toch? Helaas gaat het op ICT-gebied niet veel beter in het onderwijs.
De afgelopen periode duiken heel wat klachten op over Magister. Magister is een pakket voor de schooladministratie wat zich beweegt in de richting van een elektronische leeromgeving. Het pakket heeft een belangrijk nadeel. Waar Magister in het verleden redelijk platformonafhankelijk toegankelijk was via een browser is inmiddels het gebruik van Silverlight vereist. Silverlight is een specifieke Microsoft-technologie voor rich content webomgevingen en is door Microsoft in de markt gezet als concurrent van Flash. Nu schermt het bedrijf uit Redmond ook graag met het gegeven dat Silverlight voor Windows, Mac en Linux beschikbaar is, maar dat is simpelweg onzin. De open source implementatie voor Linux (Moonlight) is brak en loopt achter bij Silverlight. Het gevolg is dat Magister alleen toegankelijk is voor computers met Windows en Silverlight, moeilijk toegankelijk is voor Mac’s en niet te gebruiken voor computers met Linux. Vervelend? Wel als ouders en leerlingen, die vanaf hun eigen computers toegang moeten hebben tot de Magisteromgeving, gedwongen worden op Windows over te stappen. Dat roept de vraag op dit acceptabel is voor scholen die met publiek geld worden gefinancieerd?
Mijn antwoord is al geruime tijd: “Nee, dat is onaanvaardbaar!”. De Nederlandse overheid heeft besloten dat open standaarden leidend zijn voor de publieke sector. Dus ook voor het Nederlandse onderwijs. Silverlight is geen open standaard en iedere cent die daarin wordt gestoken is dus in strijd met het Nederlandse overheidsbeleid. Onderwijsinstellingen zijn publieke instellingen en mogen derhalve geen enkele fysieke belemmering opwerpen op de toegankelijkheid. Een digitale fysieke belemmering is net zo onaanvaardbaar als nieuwe paaltjes in de deuropeningen van het schoolgebouw waardoor je met een rolstoel niet meer naar binnen kan.
“Ja”, zo hoor ik dan, “het is wel leuk die paar Linux-nerds, maar moeten we daarom onze schooladministratie aanpassen?” Dat gaat namelijk extra geld kosten. Nou en? Het toegankelijk houden van publieke gebouwen voor mensen met lichamelijke beperkingen kost ook geld. Moet je echt voor die ene rolstoelgebruiker een aparte opgang maken? Ja! Dat is wettelijk zo bepaald. En mijns inziens geldt dit onverkort voor de online omgeving van een school.
Recentelijk hoorde ik nog zo’n leuke. Open source was wel leuk natuurlijk, maar in het onderwijs moeten we leerlingen vooral voorbereiden op computertechnologie (inclusief software) die nu wordt gebruikt. Met een beetje pech kom je dan midden in een kip/ei-discussie terecht. Zal ik het even vertalen naar Jamie Oliver? We weten dat kinderen vooral patat en hamburgers lekker vinden, dus bieden we dat aan. Moet ik hier dan ook nog even een overzicht plaatsen van de dumpprijzen waartegen gesloten software in het onderwijs wordt afgezet? Microsoft Office Professional Plus, € 17,–; Visio, € 23,–; Windows 7, € 17,–; Adobe CS 5.5 Design/Premium, € 35,–; Autocad 2011, € 70,–. Voeg daar nog wat gratis diensten aan toe en het argument: “Jan, we krijgen de software gratis en dus is open source niet aantrekkelijk” is geboren. Ondertussen mesten we de kinderen lekker vet met gesloten computertechnologie (iPad erbij misschien?). Het onderwijsbestel fungeert zo als een zwaar gesubsidieerd stelsel voor het aanleren van productspecifieke vaardigheden waar de rest van de samenleving nog decennia de rekening voor betaalt. Bij het eerste de beste migratietraject naar open source software binnen een overheidsorganisatie of bedrijf loop je direct tegen hoge opleidingskosten aan, want zo’n beetje iedereen kan alleen nog maar met Windows en Microsoft Office werken. Met dank aan….
Terug naar Magister en Silverlight, als voorbeeld. Iedere cent die in een Silverlight-toepassing wordt gestoken is weggegooid geld. Microsoft roept het nog niet hardop, maar Silverlight is een technologie in het sterfhuis. De vernieuwde Skydrive van Microsoft? Draait niet meer op Silverlight. Windows 8 en haar nieuwe interface? Draait niet meer op Silverlight. Silverlight is exit.
Scholen die ouders en leerlingen dwingen met Windows en Silverlight te werken, en dat doen ze door Magister te gaan gebruiken, hebben ook geen enkele voeling met de bredere trends op het gebied van consumententechnologie. Het bedrijfsleven van vandaag moet aan de slag met fenomenen als ’bring your own device’, het nieuwe werken, ’consumerization of IT’ en beseft dat ze hun medewerkers vooral flexibiliteit en mobiliteit moeten aanbieden. Platformonfhankelijke flexibiliteit en mobiliteit. Open standaarden en open technologie zijn de enige manieren om daaraan tegemoet te komen.
De oplossingen zijn al meerdere malen aangeduid. Mijns inziens zou er geen cent meer gestoken mogen worden in welke technologie ook die ouders en leerlingen geen platformonafhankelijke toegang biedt. Dat geldt voor pakketten als Magister, maar ook voor elke ander onderwijsleer- of hulpmiddel. In het onderwijs mogen geen exclusieve productspecifieke vaardigheden meer aan worden geleerd. De overheid moet flink ingrijpen in het marktverstorende karakter van het dumpen van software tegen extreem lage prijzen. (Educatieve) software moet tegen marktconforme prijzen aan de scholen, ouders en docenten worden aangeboden, net zoals de fysieke leerboeken. In de leerdoelen moet expliciet het aanleren van productspecifieke vaardigheden aan banden worden gelegd. Dat zal in de praktijk leiden tot een mix van gesloten en open source software op alle terreinen binnen een school, waarbij de keuze gemaakt kan worden op inhoudelijke en kwalitatieve criteria.
Levert dit gedonder op? Wat denk je zelf? Het Nederlandse onderwijs lijdt aan een morbide obesitas als het gaat om gesloten ICT en is zo dik geworden dat ze het eigen bed niet meer uit kan rollen (goede initiatieven daargelaten). De gesloten softwareleveranciers zijn ‘feeders’ die geen enkel belang hebben bij een gezonder ICT-dieet. Het is nu de tijd om dat te veranderen, te beginnen met het in de prullenbak smijten van Magister. Nu!
Column: Rekenkamer, bedankt!
Een maand geleden publiceerde de Algemene Rekenkamer het rapport “Open source en open standaarden bij de Rijksoverheid”. De Tweede Kamer wilde graag weten of, en in welke mate, kostenbesparingen waren te realiseren bij de overheden door de inzet van open standaarden en open source software. ‘Ons’ gevoel, dat van de open source wereld, is natuurlijk dat het geld voor het oprapen ligt. Maar ‘s lands rekenmeesters moesten dat ‘even’ vastleggen. Helaas, het liep anders. De Rekenkamer kwam met een rapport over een beperkt aantal overheden (alleen de Rijksoverheid) en voor een beperkt deel van de ICT-kosten. De open source wereld reageerde woest. Het rapport van de Rekenkamer werd compleet gefileerd: de definities deugden niet, de onderbouwing van de niet-aanwezige berekeningen deugde niet, relevante cases waren buiten beschouwing gelaten, de relatie tussen het wel aanwezige materiaal en de conclusies deugde niet. Hans Sleurink leverde de meest fundamentele kritiek op de Rekenkamer die door zich de rol van beleidsbepaler aan te meten ver buiten haar staatsrechterlijke taak was getreden. Minister Donner plaatste kanttekeningen bij de aannames van de Rekenkamer en de conclusies van het rapport. Vandaag, ongeveer een maand later, stuurde de Tweede Kamer een waslijst aan vragen richting de Rekenkamer en het kabinet. Het is duidelijk dat de Tweede Kamer niet blij was met het ongevraagde advies van de Rekenkamer om vooral geen hoge verwachtingen te hebben van de besparingsmogelijkheden door de inzet van open standaarden en open source software.
Column: Rekenkamer, bedankt!
Een maand geleden publiceerde de Algemene Rekenkamer het rapport “Open source en open standaarden bij de Rijksoverheid”. De Tweede Kamer wilde graag weten of, en in welke mate, kostenbesparingen waren te realiseren bij de overheden door de inzet van open standaarden en open source software. ‘Ons’ gevoel, dat van de open source wereld, is natuurlijk dat het geld voor het oprapen ligt. Maar ‘s lands rekenmeesters moesten dat ‘even’ vastleggen. Helaas, het liep anders. De Rekenkamer kwam met een rapport over een beperkt aantal overheden (alleen de Rijksoverheid) en voor een beperkt deel van de ICT-kosten. De open source wereld reageerde woest. Het rapport van de Rekenkamer werd compleet gefileerd: de definities deugden niet, de onderbouwing van de niet-aanwezige berekeningen deugde niet, relevante cases waren buiten beschouwing gelaten, de relatie tussen het wel aanwezige materiaal en de conclusies deugde niet. Hans Sleurink leverde de meest fundamentele kritiek op de Rekenkamer die door zich de rol van beleidsbepaler aan te meten ver buiten haar staatsrechterlijke taak was getreden. Minister Donner plaatste kanttekeningen bij de aannames van de Rekenkamer en de conclusies van het rapport. Vandaag, ongeveer een maand later, stuurde de Tweede Kamer een waslijst aan vragen richting de Rekenkamer en het kabinet. Het is duidelijk dat de Tweede Kamer niet blij was met het ongevraagde advies van de Rekenkamer om vooral geen hoge verwachtingen te hebben van de besparingsmogelijkheden door de inzet van open standaarden en open source software.
“Waar ben je eigenlijk mee bezig?”
Ik ben ergens rond 2003 begonnen met het schrijven van artikelen over software. Dat voor het blad SoftwareBus van, toen nog, de DOS gebruikersgroep van de HCC (tegenwoordig CompUsers). Open source software was voor mij een vorm waarin programma’s beschikbaar werden gesteld naast shareware, freeware, demoversies et cetera. In 2006 kwam de mogelijkheid voorbij een boek te schrijven over Linux en dat mondde uit in “Probleemloos overstappen op Linux“. Sindsdien schrijf ik voornamelijk over Linux, open source software en open standaarden. Aanvankelijk stond de techniek centraal, maar in de loop der jaren ben ik meer gaan schrijven over het beleid rond open, over de ontwikkelingen in de open source wereld en -iets recenter- over digitale geletterdheid en digitale burgerrechten. Maar hoe kun je dit nu kort en krachtig omschrijven voor iemand die weinig tot niets met computers, software of technologie heeft? En, kun je daar je werk van maken?
Om de eerste vraag eerst maar eens te beantwoorden. Volgens mij heb ik die omschrijving vandaag wel gevonden. Ergens gingen mijn hersens weer eens in overdrive en kwam ik uit bij het volgende. Het onderwerp waar ik mij al een paar jaar mee bezig hou is:
Hoe realiseren we een duurzame, onafhankelijke en veilige toegang tot en gebruik van de eigen digitale informatie.
Linux, open source en open standaarden zijn, hoe boeiend in zichzelf ook, vooral middelen om een bepaald doel te bereiken. Met deze omschrijving is het doel snel inzichtelijk te maken, zelfs voor mensen die heel basaal met computers werken. Wil je over tien jaar nog je eigen scriptie kunnen lezen en bewerken? Wil je over dertig jaar het filmpje met de eerste stapjes van junior nog laten zien aan de kleinkinderen? We leven straks in een samenleving waarin vrijwel iedereen in de een of andere vorm digitale informatie heeft geproduceerd en opgeslagen, informatie die voor jezelf toegankelijk moet blijven, ongeacht het technologieplatform dat je daarvoor wilt gebruiken, en alleen toegankelijk is voor degenen die jij daarvoor toegang hebt gegeven. Dat geldt voor individuele personen, maar ook voor bedrijven, organisaties en overheden. Open ICT is hiervoor een belangrijke randvoorwaarde, maar het beschikken over de benodigde digitale geletterdheid is minstens zo belangrijk.
Kun je hier je werk van maken? Natuurlijk, dat gebeurt dagelijks. Maar, kan ik hier mijn werk van maken? Het schrijven van boeken, artikelen en columns is een leuke bezigheid, maar een Bugatti Veyron ga je er niet van rijden (wel een Ford Escort uit 1995
). Het was voor mij een uit zijn krachten gegroeide hobby, rond een onderwerp dat ik belangrijk vind. Binnen de beschikbare grenzen, de marges van de vrije tijd, heb ik veel geleerd over open ICT en al wat daarmee samen hangt.
Per 1 juni aanstaande worden de beschikbare grenzen een heel stuk opgerekt. Op die dag begin ik bij de zorgverzekeraar ONVZ als adviseur ICT. Na bijna tien jaar laat ik het migrantenwelzijnswerk achter me en stap ik de wereld van zorg en ICT binnen. Ik was al van plan om mijn ervaringen op het gebied van hulp- en zorgverlening aan migranten vast te leggen in een nieuw boek, een combinatie tussen een methodiekhandreiking en een autobiografie. Dat boek gaat er nog steeds van komen en ik heb nu ook direct een eindpunt voor het autobiografische deel. Het beginpunt ligt op 1 mei 1991, de dag dat ik op Curaçao aan kwam voor een korte stage wat uitmondde in een langer verblijf als projectmanager onderwijsvernieuwing. Wat ga ik doen bij OVZ? Simpel, gezien het bovenstaande, namelijk bijdragen aan duurzame, onafhankelijke en veilige toegang tot en gebruik van de eigen digitale informatie
. Ik kijk er naar uit.
“Waar ben je eigenlijk mee bezig?”
Ik ben ergens rond 2003 begonnen met het schrijven van artikelen over software. Dat voor het blad SoftwareBus van, toen nog, de DOS gebruikersgroep van de HCC (tegenwoordig CompUsers). Open source software was voor mij een vorm waarin programma’s beschikbaar werden gesteld naast shareware, freeware, demoversies et cetera. In 2006 kwam de mogelijkheid voorbij een boek te schrijven over Linux en dat mondde uit in “Probleemloos overstappen op Linux“. Sindsdien schrijf ik voornamelijk over Linux, open source software en open standaarden. Aanvankelijk stond de techniek centraal, maar in de loop der jaren ben ik meer gaan schrijven over het beleid rond open, over de ontwikkelingen in de open source wereld en -iets recenter- over digitale geletterdheid en digitale burgerrechten. Maar hoe kun je dit nu kort en krachtig omschrijven voor iemand die weinig tot niets met computers, software of technologie heeft? En, kun je daar je werk van maken?
Om de eerste vraag eerst maar eens te beantwoorden. Volgens mij heb ik die omschrijving vandaag wel gevonden. Ergens gingen mijn hersens weer eens in overdrive en kwam ik uit bij het volgende. Het onderwerp waar ik mij al een paar jaar mee bezig hou is:
Hoe realiseren we een duurzame, onafhankelijke en veilige toegang tot en gebruik van de eigen digitale informatie.
Linux, open source en open standaarden zijn, hoe boeiend in zichzelf ook, vooral middelen om een bepaald doel te bereiken. Met deze omschrijving is het doel snel inzichtelijk te maken, zelfs voor mensen die heel basaal met computers werken. Wil je over tien jaar nog je eigen scriptie kunnen lezen en bewerken? Wil je over dertig jaar het filmpje met de eerste stapjes van junior nog laten zien aan de kleinkinderen? We leven straks in een samenleving waarin vrijwel iedereen in de een of andere vorm digitale informatie heeft geproduceerd en opgeslagen, informatie die voor jezelf toegankelijk moet blijven, ongeacht het technologieplatform dat je daarvoor wilt gebruiken, en alleen toegankelijk is voor degenen die jij daarvoor toegang hebt gegeven. Dat geldt voor individuele personen, maar ook voor bedrijven, organisaties en overheden. Open ICT is hiervoor een belangrijke randvoorwaarde, maar het beschikken over de benodigde digitale geletterdheid is minstens zo belangrijk.
Kun je hier je werk van maken? Natuurlijk, dat gebeurt dagelijks. Maar, kan ik hier mijn werk van maken? Het schrijven van boeken, artikelen en columns is een leuke bezigheid, maar een Bugatti Veyron ga je er niet van rijden (wel een Ford Escort uit 1995
). Het was voor mij een uit zijn krachten gegroeide hobby, rond een onderwerp dat ik belangrijk vind. Binnen de beschikbare grenzen, de marges van de vrije tijd, heb ik veel geleerd over open ICT en al wat daarmee samen hangt.
Per 1 juni aanstaande worden de beschikbare grenzen een heel stuk opgerekt. Op die dag begin ik bij de zorgverzekeraar ONVZ als adviseur ICT. Na bijna tien jaar laat ik het migrantenwelzijnswerk achter me en stap ik de wereld van zorg en ICT binnen. Ik was al van plan om mijn ervaringen op het gebied van hulp- en zorgverlening aan migranten vast te leggen in een nieuw boek, een combinatie tussen een methodiekhandreiking en een autobiografie. Dat boek gaat er nog steeds van komen en ik heb nu ook direct een eindpunt voor het autobiografische deel. Het beginpunt ligt op 1 mei 1991, de dag dat ik op Curaçao aan kwam voor een korte stage wat uitmondde in een langer verblijf als projectmanager onderwijsvernieuwing. Wat ga ik doen bij OVZ? Simpel, gezien het bovenstaande, namelijk bijdragen aan duurzame, onafhankelijke en veilige toegang tot en gebruik van de eigen digitale informatie
. Ik kijk er naar uit.