Categorie archief: Digitale geletterdheid

Terugblik 2011, op naar 2012

De tijd van lijstjes en overzichten is weer aangebroken. Wat was het belangrijkste [vul maar in] van 2011 en wat zijn de verwachten voor [zeg maar iets anders] 2012? Helemaal zinloos is een dergelijke bespiegeling niet. De onderliggende gedachte van mijn website heb ik omschreven als (in goed Nederlands ;-) ): “Life is but a collection of fragments. The narrative is what we make of it”. Wat is het verhaal van jouw leven? Wat doe je met de mogelijkheden, kansen, uitdagingen, teleurstellingen die voorbij komen? Jim Rohn stelde dat je regelmatig in beeld moet brengen wat je een voorbijgegane periode hebt gedaan, welke lessen je daaruit kan leren en die kennis, ervaring en inzichten moet gebruiken om te investeren in je eigen toekomst. Het leven als voortdurend leer- en groeiproces. Als Jehovah’s Getuige haal ik er dan ook even Prediker 7:1 bij: “Een naam is beter dan goede olie, en de dag des doods dan de dag dat iemand geboren wordt.” Aan het eind van ons leven kan de balans worden opgemaakt. Wat heb je gedaan met jouw aangeboren en aangeleerde talenten en vaardigheden? Op welke manier heb je het leven van anderen beïnvloed en met welke motieven? Maar waarom wachten tot we dood zijn met het opmaken van de balans? Dit is mijn terugblik over het afgelopen jaar, over de fragmenten die voor mij het verhaal maken.

Geloof, gezin, gezondheid

De 3G vormen voor mij de absolute basis, de essentiële randvoorwaarden. Als deze drie aspecten van het leven niet kloppen dan is de meerwaarde van al het andere voor mij weg. Gelukkig was het fundament goed.

Agnes en ik zijn twee jaar geleden begonnen met het werken in een Papiamentstalige gemeente in Rotterdam. Het afgelopen jaar zat vol met verrijkende ervaringen. Ik denk dat niets zo goed is als de confrontatie van jouw natuur, van jouw geloofsbeleving met die van geloofsgenoten met een compleet andere sociale, culturele en emotionele achtergrond. En dan niet vanuit een verknipt superioriteitsdenken, dat het ‘ik-besef’ per definitie beter, hoger of ‘zuiverder’ zou zijn. Maar vanuit een volledig respect voor elkaar, een volledige gelijkwaardigheid en vanuit de wens om van elkaar te leren. Mijn Antilliaanse broeders en zusters hebben mij veel geleerd over het volledig vertrouwen op God, over waardering voor het werk dat anderen doen en dat ook tot uitdrukking brengen, over hard werken voor elkaar, over genieten van het leven ondanks tranen, over verdriet ondanks de goede dingen van het leven.

Mijn werk in de gemeente zou ik in 2011 niet hebben kunnen doen zonder de onvoorwaardelijke steun van Agnes. Door een combinatie van factoren moest ik een aantal maanden het werk doen van normaal vier of vijf ouderlingen. Zoiets trekt een zware wissel op je hele dagelijkse routine. Agnes heeft heel wat zaken opgevangen waar ik geen tijd meer voor had, of die ik door alle drukte simpelweg was vergeten. Het heeft onze band sterker gemaakt.
Over de derde G, gezondheid, mag ik niet klagen. Ja, ik zou wat meer moeten bewegen en het gewicht mag echt wel naar beneden, maar over het hele jaar gezien was het meer dan voldoende. Al moest ik hier en daar wel een aantal dagen rust nemen, of accepteren dat griep en dergelijke weinig rekening houden met de dingen waar je mee bezig bent.

Nieuwe loopbaan

Halverwege het jaar ben ik begonnen bij ONVZ zorgverzekeraar als stafmedewerker ICT. Daarmee sloot ik een periode af, van tien jaar werken bij de Stichting Welzijnsbevordering Antillianen, maar ook van twintig jaar bezig zijn met interculturele vraagstukken. De nieuwe baan bij ONVZ was het resultaat  van een aantal jaar schrijven en bezig zijn met open source en open standaarden. Het is een mooie gelegenheid om datgene wat ik al jaren aan het roepen ben, in de weerbarstige realiteit mede vorm te geven. Ik krijg veel ruimte om mijn werk te doen op de manier die ik nodig en het meest passend vind. Ondertussen leer ik in hoog tempo bij op het gebied van servicegerichte architectuur, Agile, Scrum, Prince2, financiële instellingen, compliance.

Het ‘oude’ kan ik ook niet loslaten en zo nu en dan mis ik het interculturele werk. Als ik een boek als “The New Jim Crow” lees, dan gaan mijn hersens in ‘overdrive’ en zie ik de parallellen met de situatie in Rotterdam. Ik zou er graag iets mee willen doen, een trainingsprogramma ontwikkelen vergelijkbaar met wat Jane Elliott al jaren doet. Maar dat zal moeten wachten tot 2012, todat ik kan beginnen aan het boek: “Een blanke, in een gekleurde wereld”.

Actief in de open source community

Het ‘open gebeuren’ is begonnen als een leuke hobby. Omdat ik het leuk vind met software te rommelen en te spelen, en daar vervolgens over begon te schrijven. De open source gemeenschap ‘drijft’ op wederkerigheid, bestaat bij de gratie van talloze mensen die iets bijdragen. Ik merk dat mijn totaal aan bezigheden zich niet goed verstaat met langdurige ‘commitments’ aan projecten of organisaties, zoals een bestuursfunctie. Maar er zijn altijd mogelijkheden om bij te dragen.
In 2011 kon ik een rol spelen bij de transitie van de Nederlandse Ubuntugemeenschap naar een meer solide organisatie. Sinds februari zit ik in de HCC Ledenraad, toch nog steeds een van de grootste organisaties van computergebruikers maar wel een die op zoek naar een nieuwe plaats in de samenleving. Sinds de zomer trekt Arda Gerkens de kar als directrice en die kan op mijn volledige steun rekenen.

In april vond de training PR & Communicatie voor FOSS-organisaties plaats. Het was een mooi programma met ondersteuning van Fabrice Mous, Jeroen Baten, Bert Boerland en Arjen Kamphuis, gesponsord door AT Computing. Wat mij vooral is bijgebleven is een gevoel van samenwerking, de noodzaak om als verschillende organisaties strategisch en tactisch handiger te opereren bij het beïnvloeden van het politieke speelveld. Een les die later dat jaar, bij de campagne ICT overgewicht/ Unlocking education, heel waardevol zou blijken te zijn.

Wat minder in de ‘spotlights’ is het project MUP One waar ik een groot deel van 2011 mee bezig ben geweest. MUP One is het geesteskind van Hans Sleurink en richt zich op het ontwikkelen van een open multimediastudio voor gebruik in het onderwijs. We werken nu hard aan het bouwen van een ‘proof-of-concept’ met applicaties, een handreiking voor docenten en een beeld van wat MUP One op termijn moet worden.

Op de barricade voor open standaarden

De campagne ICT overgewicht/ Unlocking education, for growth without limits is verreweg het meest omvangrijke fragment van 2011, en zonder twijfel straks ook van 2012. Het blijft bijzonder om te zien hoe een column kon uitgroeien tot een campagne met internationaal potentieel, waar nu verschillende mensen hard aan het werk zijn om bij te dragen aan het uiteindelijke doel: een verplicht gebruik van open standaarden in de publieke sector, in het bijzonder bij het online schoolgebouw. We hebben het onderwerp op de politieke agenda gekregen, we zetten scholen aan het denken, we irriteren bedrijven die zich het overheidsbeleid voor hun markt naast zich leggen en hun klanten via een vendor-lock klem zetten. En we gaan daarmee door totdat onze doelen bereikt zijn.

Open Trends

Mijn mening over de uitvoering van het actieplan Nederland Open in Verbinding is, denk ik, geen groot geheim. Het kritisch volgen van die uitvoering verliep via Open Trends. Zo werden de schijnwerpers, niet voor de eerste keer, gericht op het leveranciersmanifest open standaarden. Mijn principiële bezwaar tegen het manifest is dat het te veel leunt op de goedhartigheid van commerciële leveranciers om het overheidsbeleid inzake open standaarden ten uitvoer te brengen. In plaats van doorpakken kiest de overheid er, als opdrachtgever, voor om het tempo van de invoering van open standaarden (dan wel of die open standaarden überhaupt wel gebruikt gaan worden), volledig aan de markt over te laten. Dat is niet wat ik van de overheid verwacht. De artikelen dit jaar draaiden rond de vraag hoe stevig er werd doorgepakt op het laten voldoen aan de afspraken waar de bedrijven wel voor hadden getekend. De conclusies van een kort onderzoek waren weinig positief. Het signaal kwam gelukkig wel aan bij het programmabureau Nederland Open in Verbinding en er kwam iets van een handhaving op gang. Maar het blijft erg mager.

De politieke partijorganisaties waren vervolgens aan de beurt. Waar de Tweede Kamer ruim tien jaar pleit voor het verplichte gebruik van open standaarden en het stimuleren van open source software, bleek dat de verschillende partijbureaus òf weinig/niks doen met open standaarden en open source software, dan wel simpelweg geen openheid van zaken willen geven. De achterban van GroenLinks wist met een motie op het partijcongres de interne aandacht voor het onderwerp wel aan te scherpen. Maar het onderwerp leek verder van de politieke agenda verdwenen te zijn.

En toen kwam de Algemene Rekenkamer met haar rapport over mogelijke kostenbesparingen door de inzet van open standaarden en open source software. Een schandalig stuk broddelwerk dat van meerdere kanten zwaar is bekritiseerd, inclusief minister Donner. De Rekenkamer zelf blijft, ondanks een batterij vragen vanuit de Tweede Kamer, onverkort achter het rapport staan en legt alle kritiek, inclusief de fundamentele kritiek op de staatsrechtelijke scheve schaats, lekker naast zich neer. Het rapport wordt inmiddels misbruikt door zogenaamde deskundologen die vooral FUD over open source willen verspreiden. FUD die inmiddels is gecanoniseerd. We houden nog lang last van dit rapport.

Publicaties

Zoals hierboven al geschreven, het hele ‘open gebeuren’ was een ‘bijproduct’ van mijn schrijfwerk. Ik ben op de eerste plaats schrijver en dat is ook wat ik wil zijn. In 2011 is er nieuw boek op de markt gekomen: “Snel aan de slag met Ubuntu”. Daarnaast was ik al tekstredacteur betrokken bij het boek: “Toen digitale media nog nieuw waren” van Jak Boumans. Dat was een leuke en leerzame ervaring. Hoe kan je iemand helpen het boek, of artikel, te schrijven wat hij/zij wil schrijven? Het is zeker iets wat ik meer zou willen doen.
Op Beginnen met Ubuntu verschenen artikelen van beginnende gebruikers, maar ook wat meer praktische artikelen die tevens hun weg vonden naar het blad SoftwareBus van de HCC Compusers en naar de Helpmij-nieuwsbrief. Maar, al terugkijkend, had ik graag meer van dit soort artikelen willen schrijven. Artikelen waarmee je nieuwe gebruikers op weg kan helpen praktisch aan de slag te gaan met Linux en open source. Gelukkig zijn er inmiddels andere mensen in Nederland prima bezig met het schrijven van dit type artikelen. En dat is maar goed ook, want mijn bordje voor 2012 is aardig vol aan het raken.

De komende maanden werk ik hard aan een nieuw boek over ‘Bring your own device’ en begint het werk aan het boek ‘Understanding the Technology Barrier’. Met het boek ‘Een blanke, in een gekleurde wereld’ staan er zeker drie publicaties op de rol voor 2012. En dan is het nog afwachten of de uitgever in 2012 een nieuw Ubuntuboek wil.

‘Understanding the Technology Barrier’ kan terug worden gevoerd op het artikel: ‘Sociale media, in het grensland van de vrijheid van meningsuiting’ wat toch ook een van de belangrijke fragmenten uit 2011 was. De relatie tussen mens en technologie dringt zich als onderwerp bij mij naar voren en ik wil daar in 2012 meer mee aan de slag. De lezing ‘Argeloos en naïef wandelen in het mijnenveld’ was een eerste halteplaats in het neerzetten van mijn ideeën over deze relatie. De eerste reacties waren positief. De lezing wordt nog uitgewerkt tot een leesbaar verhaal dat op de nieuwe website zal verschijnen.

Balans en vooruitblik

Het was een goed jaar met nieuwe mogelijkheden die heb kunnen pakken, met een samenwerking met mensen die ieder vanuit hun eigen passie werkzaam zijn en waarvan ik heb kunnen leren, met activiteiten en projecten die -naar ik hoop- anderen inspiratie hebben gegeven. Ik wil iedereen bedanken voor de samenwerking en inspiratie, zowel door onze gesprekken, door onze discussies en door onze samenwerking. Er zijn zoveel namen die het verdienen om hier genoemd te worden, maar jullie moeten het maar vergeven als ik er slechts één naar voren heb gehaald in dit overzicht. Zonder Agnes was het allemaal niet mogelijk geweest.

Met de campagne ICT Overgewicht/ Unlocking education, het project MUP One en de verschillende boeken zijn de contouren voor 2012 duidelijk zichtbaar. Maar ik blijf open staan voor nieuwe fragmenten die in het leven voorbij komen. Wie weet hoe mooi die het verhaal voor 2012 nog gaan maken.

Startschot boek BYOD

Wat is een van de centrale thema’s in mijn boeken, artikelen en columns? Ik schrijf voornamelijk over Linux, open source software en open standaarden, vanuit het perspectief van en voor eindgebruikers. In mijn colums probeer ik onder andere beleidsmakers en beslissers te overtuigen van het belang van open source en open standaarden. In de kern staat de overtuiging dat wij meer zeggenschap, inzicht en grip moeten hebben op de technologie die wij dagelijks gebruiken, dat wij meer vrijheid moeten hebben om te kiezen wat wij met technologie mogen en kunnen doen. Open source software en open standaarden zijn belangrijke bouwstenen om dit te realiseren. Vanuit deze kern is de stap naar Bring your own device snel gemaakt. Immers, BYOD -zoals Bring your own device wordt afgekort- geeft professionals de vrijheid te kiezen welke computertechnologie zij gebruiken voor hun werk. Academic Service geeft mij nu de ruimte een boek te schrijven over BYOD.

Het boek ‘Bring your own device. Toepassing voor werkgevers en professionals’ moet in mei 2012 in de boekhandel liggen. Het gaat de komende maanden dus even druk worden met research, interviews en het testen van devices en applicaties. Via het Bring your own device – blog doe ik verslag van het schrijfproces en wat ik onderweg tegen kom aan interessante weetjes en tips.

Boek: Toen digitale media nog nieuw waren

Nee, ik ga niet eens pretenderen dat het hier om een objectieve en onafhankelijke boekbespreking gaat. Het boek Toen digitale media nog nieuw waren, van Jak Boumans, is een must-have voor iedereen die maar iets wil weten van de ontwikkeling van online diensten in Nederland en die wil snappen waarom we er met zijn allen nog zo vaak naast zitten als het gaat om de hypes van vandaag. Ik heb de totstandkoming van het boek van redelijk dichtbij kunnen volgen als een van de twee tekstredacteurs (samen met Hans Sleurink). Waar gaat het boek over?

Simpel gezegd beschrijft het boek de opkomst van de nieuwe media in Nederland na de Tweede Wereldoorlog, en het verdwijnen daarvan in 1997. Het is het meest complete overzicht dat je over deze ontwikkeling kunt vinden, geschreven door een man die een groot deel van de periode als vakman actief was in de wereld van de nieuwe media. Jak schrijft natuurlijk met het voordeel van de terugblik, maar slaagt erin inzichtelijk te maken hoe onzeker het allemaal was. Vanuit het buitenland kwamen fantastische verhalen over de mogelijkheden van … , en vul dan maar een nieuwe technologie in. Hoe reageerden de Nederlandse uitgevers op die nieuwe mogelijkheden en uitdagingen? Welke rol speelde het staatsbedrijf PTT? Hoe zat het ministerie van Economische Zaken in de materie? Was er wel een markt voor nieuwe online en offline diensten? En wat moest het dan wel niet mogen kosten? Wat was het groeipotentieel? Tijdens het redactieproces drong zich keer op keer de gedachte op: “Ze hadden echt geen flauw idee”. En ondertussen werden miljoenen privaat en publiek geld gepompt in projecten die nog geen fractie van de beloften waar konden maken. Was het allemaal verspild geld en verspilde moeite? Die vraag moet je zelf maar beantwoorden na het lezen van het boek.

“Toen digitale media nog nieuw waren” bevat ook leuke weetjes. Zo wist ik niet dat Teletekst nog zo immens populair was en een van de succesvolle projecten uit het nieuwe media-tijdperk genoemd mag worden. Of hoe lang sommige ASCII-databanken nog in gebruik zijn gebleven. Zelf ben ik voor 1997 al online gegaan en dan is het boek gelijk een herinnering van hoe oud je begint te worden. De afbeeldingen leveren de ervaring op van: “Leuk, daar heb ik ook nog mee gewerkt. Is dat al zo lang geleden?”. Als Jak de Digitale Stad beschrijft, dan denk ik weer terug aan het spelen met de tekst-based omgeving, over het rondgaan in de ‘metro’ van DDS.  En hoe nieuw zijn nieuwe technologieën dan wel? in het boek vind je de eerste e-readers al terug, twintig jaar geleden.

Jak schetst een wereld van fascinerende nieuwe technologieën en mensen die proberen daar worst van te maken. Dat lukt ze vaker niet dan wel, maar wat deed dat er toe? Volgens mij is het in de wereld van vandaag niet veel anders. Het zou daarom goed zijn als iedereen die iets met de nieuwste technologie van nu moet doen dit boek gaat lezen. Dat verschaft de nodige nederigheid.

Boek: Toen digitale media nog nieuw waren

Nee, ik ga niet eens pretenderen dat het hier om een objectieve en onafhankelijke boekbespreking gaat. Het boek Toen digitale media nog nieuw waren, van Jak Boumans, is een must-have voor iedereen die maar iets wil weten van de ontwikkeling van online diensten in Nederland en die wil snappen waarom we er met zijn allen nog zo vaak naast zitten als het gaat om de hypes van vandaag. Ik heb de totstandkoming van het boek van redelijk dichtbij kunnen volgen als een van de twee tekstredacteurs (samen met Hans Sleurink). Waar gaat het boek over?

Simpel gezegd beschrijft het boek de opkomst van de nieuwe media in Nederland na de Tweede Wereldoorlog, en het verdwijnen daarvan in 1997. Het is het meest complete overzicht dat je over deze ontwikkeling kunt vinden, geschreven door een man die een groot deel van de periode als vakman actief was in de wereld van de nieuwe media. Jak schrijft natuurlijk met het voordeel van de terugblik, maar slaagt erin inzichtelijk te maken hoe onzeker het allemaal was. Vanuit het buitenland kwamen fantastische verhalen over de mogelijkheden van … , en vul dan maar een nieuwe technologie in. Hoe reageerden de Nederlandse uitgevers op die nieuwe mogelijkheden en uitdagingen? Welke rol speelde het staatsbedrijf PTT? Hoe zat het ministerie van Economische Zaken in de materie? Was er wel een markt voor nieuwe online en offline diensten? En wat moest het dan wel niet mogen kosten? Wat was het groeipotentieel? Tijdens het redactieproces drong zich keer op keer de gedachte op: “Ze hadden echt geen flauw idee”. En ondertussen werden miljoenen privaat en publiek geld gepompt in projecten die nog geen fractie van de beloften waar konden maken. Was het allemaal verspild geld en verspilde moeite? Die vraag moet je zelf maar beantwoorden na het lezen van het boek.

“Toen digitale media nog nieuw waren” bevat ook leuke weetjes. Zo wist ik niet dat Teletekst nog zo immens populair was en een van de succesvolle projecten uit het nieuwe media-tijdperk genoemd mag worden. Of hoe lang sommige ASCII-databanken nog in gebruik zijn gebleven. Zelf ben ik voor 1997 al online gegaan en dan is het boek gelijk een herinnering van hoe oud je begint te worden. De afbeeldingen leveren de ervaring op van: “Leuk, daar heb ik ook nog mee gewerkt. Is dat al zo lang geleden?”. Als Jak de Digitale Stad beschrijft, dan denk ik weer terug aan het spelen met de tekst-based omgeving, over het rondgaan in de ‘metro’ van DDS.  En hoe nieuw zijn nieuwe technologieën dan wel? in het boek vind je de eerste e-readers al terug, twintig jaar geleden.

Jak schetst een wereld van fascinerende nieuwe technologieën en mensen die proberen daar worst van te maken. Dat lukt ze vaker niet dan wel, maar wat deed dat er toe? Volgens mij is het in de wereld van vandaag niet veel anders. Het zou daarom goed zijn als iedereen die iets met de nieuwste technologie van nu moet doen dit boek gaat lezen. Dat verschaft de nodige nederigheid.

Op naar het tiende boek

Nu het derde boek over Ubuntu (Snel aan de slag met Ubuntu) bij drukker ligt, begint het schrijversbloed weer te kriebelen. Het is deze periode weliswaar erg druk op andere terreinen, maar ik kan ook niet lang zonder een volgend schrijfproject. Alles bij elkaar ben ik sinds 2006 met negen boeken bezig geweest: drie titels over Ubuntu (in totaal vijf boeken), twee keer redacteur en schrijver van het Open Source Jaarboek, het lesboek over open source en open standaarden van Holland Open en een eigen boekje over open source en open source standaarden. Vorig jaar ben ik begonnen aan het boek Open Barrières, maar door verschillende omstandigheden vlotte het werk niet echt. Het is nu ook niet de bedoeling om Open Barrières weer op te pakken. Met mijn tiende boek sla ik een nieuwe weg in. Zonder daarbij de stevige en veilige fundamenten van open source te verlaten.

Lees de rest van dit bericht

Op naar het tiende boek

Nu het derde boek over Ubuntu (Snel aan de slag met Ubuntu) bij drukker ligt, begint het schrijversbloed weer te kriebelen. Het is deze periode weliswaar erg druk op andere terreinen, maar ik kan ook niet lang zonder een volgend schrijfproject. Alles bij elkaar ben ik sinds 2006 met negen boeken bezig geweest: drie titels over Ubuntu (in totaal vijf boeken), twee keer redacteur en schrijver van het Open Source Jaarboek, het lesboek over open source en open standaarden van Holland Open en een eigen boekje over open source en open source standaarden. Vorig jaar ben ik begonnen aan het boek Open Barrières, maar door verschillende omstandigheden vlotte het werk niet echt. Het is nu ook niet de bedoeling om Open Barrières weer op te pakken. Met mijn tiende boek sla ik een nieuwe weg in. Zonder daarbij de stevige en veilige fundamenten van open source te verlaten.

Lees de rest van dit bericht

Uitnodiging ontwerpen in Inkscape

Ik werk graag met open source software en de reden hiervoor is heel simpel:ik heb alle ruimte om nieuwe computervaardigheden te leren. De tools zijn eenvoudig en kosteloos te installeren via de softwarebronnen, online staat tal van handleiding en how to-artikelen en vervolgens is het alleen nog maar een kwestie van tijd en spelen. Het excuus om te spelen kwam vorige week. “We hebben een uitnodiging nodig voor een feestje”. Voor mij dé gelegenheid om een lekker met Inkscape aan de slag te gaan. Met Inkscape kun je vectortekeningen maken (ga maar even Googlen om daar de fijnheden van te achterhalen ;-) ). Wat was de bedoeling?

Lees de rest van dit bericht

Uitnodiging ontwerpen in Inkscape

Ik werk graag met open source software en de reden hiervoor is heel simpel:ik heb alle ruimte om nieuwe computervaardigheden te leren. De tools zijn eenvoudig en kosteloos te installeren via de softwarebronnen, online staat tal van handleiding en how to-artikelen en vervolgens is het alleen nog maar een kwestie van tijd en spelen. Het excuus om te spelen kwam vorige week. “We hebben een uitnodiging nodig voor een feestje”. Voor mij dé gelegenheid om een lekker met Inkscape aan de slag te gaan. Met Inkscape kun je vectortekeningen maken (ga maar even Googlen om daar de fijnheden van te achterhalen ;-) ). Wat was de bedoeling?

Lees de rest van dit bericht

Op zoek naar alternatieve gezichtspunten

“Aan het maken van veel boeken komt geen eind, en veel toewijding [eraan] is afmattend voor het vlees”, zo stelde koning Salomo. Er zijn altijd nieuwe onderwerpen die te boeiend zijn om te laten liggen en ik moet me vaak bedwingen om niet weer iets nieuws op te pakken. Tijd hè. Dus beperk ik me grotendeels tot boeken (en ander leesmateriaal) over de relatie technologie-gebruiker, over interculturalisatie en mijn geloofsovertuiging, met uitstapjes naar historische onderwerpen gedurende mijn vakanties (zoals Het Baader-Meinhof Complex, van Stefan Aust, wat met stijgende verbazing wordt gelezen). Maar altijd is daar de behoefte aan een nieuwe intellectuele uitdaging, het zoeken naar alternatieve gezichtspunten op de werkelijkheid, op het nieuws, ongeacht of ik het met die gezichtspunten eens ben. En zijn vorige week twee nieuwe boeken op de leestafel terecht gekomen: The Spirit Level en Prosperity without Growth. Twee boeken die een alternatieve kijk op welvaart, economie en economische modellen bieden, een kijk niet zonder controverse is.

The Spirit Level heeft behoorlijk wat kritiek gekregen, wat weer mooi is samengevat op Wikipedia. De centrale these is dat samenleving die economisch gelijkwaardiger zijn ingericht ook in sociaal en gezondheidsopzicht gelijkwaardiger zijn. De statistische onderbouwing wordt links en rechts onder vuur genomen, maar de auteurs houden vast aan hun conclusies. Op Youtube staat een debat met hun tegenstanders.

 

De centrale gedachte is boeiend genoeg. ;-)

Het tweede boek, Prosperity without Growth, is oorspronkelijk geschreven als rapport voor de Sustainable Development Commission en staat wat ‘steviger’ in de schoenen. De centrale gedachte is hier dat we onze traditionele economische modellen -welke uitgaan van voortdurende economische groei- overboord moeten gooien en vervangen door modellen die welvaart realiseren zonder voortdurende groei. Prosperity without Growth is zo te zien positief ontvangen vanwege het alternatieve gezichtspunt, maar je ziet er nog niet veel van terug bij de aanpak van de maar voortdurende financieel-economische crisis. Het boek deed me denken aan de colleges Ontwikkelingsprogrammering aan de EUR en de economische modellen waar we mee moesten werken. Ik heb wat afgezweten op Taylor en het structuralisme (PDF). Ook daar werd economische groei ter discussie gesteld.

Het oorspronkelijke rapport staat op de website van de SD-Commission, maar je kunt je het boek ook gewoon kopen. Ik begin vast met lezen.  ;-)

Op zoek naar alternatieve gezichtspunten

“Aan het maken van veel boeken komt geen eind, en veel toewijding [eraan] is afmattend voor het vlees”, zo stelde koning Salomo. Er zijn altijd nieuwe onderwerpen die te boeiend zijn om te laten liggen en ik moet me vaak bedwingen om niet weer iets nieuws op te pakken. Tijd hè. Dus beperk ik me grotendeels tot boeken (en ander leesmateriaal) over de relatie technologie-gebruiker, over interculturalisatie en mijn geloofsovertuiging, met uitstapjes naar historische onderwerpen gedurende mijn vakanties (zoals Het Baader-Meinhof Complex, van Stefan Aust, wat met stijgende verbazing wordt gelezen). Maar altijd is daar de behoefte aan een nieuwe intellectuele uitdaging, het zoeken naar alternatieve gezichtspunten op de werkelijkheid, op het nieuws, ongeacht of ik het met die gezichtspunten eens ben. En zijn vorige week twee nieuwe boeken op de leestafel terecht gekomen: The Spirit Level en Prosperity without Growth. Twee boeken die een alternatieve kijk op welvaart, economie en economische modellen bieden, een kijk niet zonder controverse is.

The Spirit Level heeft behoorlijk wat kritiek gekregen, wat weer mooi is samengevat op Wikipedia. De centrale these is dat samenleving die economisch gelijkwaardiger zijn ingericht ook in sociaal en gezondheidsopzicht gelijkwaardiger zijn. De statistische onderbouwing wordt links en rechts onder vuur genomen, maar de auteurs houden vast aan hun conclusies. Op Youtube staat een debat met hun tegenstanders.

 

De centrale gedachte is boeiend genoeg. ;-)

Het tweede boek, Prosperity without Growth, is oorspronkelijk geschreven als rapport voor de Sustainable Development Commission en staat wat ‘steviger’ in de schoenen. De centrale gedachte is hier dat we onze traditionele economische modellen -welke uitgaan van voortdurende economische groei- overboord moeten gooien en vervangen door modellen die welvaart realiseren zonder voortdurende groei. Prosperity without Growth is zo te zien positief ontvangen vanwege het alternatieve gezichtspunt, maar je ziet er nog niet veel van terug bij de aanpak van de maar voortdurende financieel-economische crisis. Het boek deed me denken aan de colleges Ontwikkelingsprogrammering aan de EUR en de economische modellen waar we mee moesten werken. Ik heb wat afgezweten op Taylor en het structuralisme (PDF). Ook daar werd economische groei ter discussie gesteld.

Het oorspronkelijke rapport staat op de website van de SD-Commission, maar je kunt je het boek ook gewoon kopen. Ik begin vast met lezen.  ;-)

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.