Site-archief
Column: Bedrijven reageren op marktvraag
Dit lijkt me op zich een open deur: commerciële bedrijven reageren op de vraag uit de markt, op de vraag van hun klanten. Het is dan wel zaak dat die klanten hun vraag duidelijk formuleren en vervolgens met hun voeten (en euro’s) duidelijk maken wat ze van bedrijven verwachten. Vreemd genoeg lijkt dit mechanisme niet op te gaan als de overheid als klant functioneert in relatie tot haar ICT-dienstverleners. Dan ga je als overheid ‘in gesprek’ met de leveranciers, dan sluit je convenanten, spreek je manifesten af waarbij de leveranciers beloven over jouw wensen na te denken. Met de voeten stemmen is voor overheids-ICT niet te doen, want daarvoor is leveranciersonafhankelijkheid een vereiste. En daar zijn ‘we’ nog over in gesprek. Het onderzoek naar de commerciële sponsoring van het NOiV Jaarcongres liet echter zien dat een steviger en standvastiger houding richting de ICT-dienstverleners niet alleen mogelijk is , maar ook door henzelf wenselijk wordt geacht.
Voor een aantal bedrijven is open ICT geen vraagstuk, want die hebben hun bedrijfsmodel opgebouwd rond open standaarden en open source software. Dat zijn de bedrijven die op dit moment de grootste risico’s nemen, die innovatief aansluiten bij het afgekondigde overheidsbeleid en maximaal willen bijdragen aan een meer open overheid. En gelijktijdig een boterham verdienen natuurlijk. De opmerking van Frans Suijkerbuijk van Opensapiens dat je met een goede business case overheidsorganisaties beperkt kan overtuigen vereist dan wel extra aandacht. Het is dan bijvoorbeeld maar de vraag of en in welke mate het aangekondigde rapport van de Algemene Rekenkamer (die juist op de business case in moet gaan) zal leiden tot gewijzigd ICT-beleid bij de overheden.
Dat overheden vooral een duidelijke vraag naar open ICT in de markt moeten zetten, blijkt uit de opmerkingen van Jan Willem van Eck van Esri. Esri gaat meer open werken, omdat de klanten daarom vragen, omdat open standaarden in hun markten van belang worden geacht. Door op die vraag in te spelen willen zij meer kans maken bij aanbestedingen. En daar wringt natuurlijk ook de schoen. ICT-jurist Mathieu Paapst heeft al aangetoond dat in bijna de helft van de Europese aanbestedingen in Nederland nog steeds een niet toegestane voorkeur voor gesloten leveranciers en gesloten software wordt uitgesproken.
Kortom, de klant (de overheid dus) geeft een onduidelijk signaal aan de markt en geeft daarmee zelf maximale ruimte aan de bestaande ICT-leveranciers om vooral zo weinig mogelijk te bewegen. In mijn optiek moet je als klant niet gaan ‘polderen’ met de bedrijven waar je diensten van wilt afnemen. Ik heb er al meerdere malen voor gepleit dat de overheid, of liever gezegd de hele publieke sector, het gebruik van open standaarden in haar gehele ICT verplicht moet stellen en moet afdwingen. Dat heeft niks met ideologie te maken, maar alles met het realiseren van een duurzame, open, transparante, leveranciersonafhankelijke en democratisch functionerende overheid. En ja, daar mag je best de tijd voor nemen. En ja, daar mogen bedrijven die in opdracht van de overheid zwaar hebben geïnvesteerd best een vergoeding voor krijgen (al moet dat natuurlijk wel even afgezet worden tegen de hoeveelheid belastingeuro’s die in onderhoud van brakke systemen is gaan zitten). Maar de boodschap moet helder, krachtig en eenduidig zijn: voor datum t werken alle overheidsapplicaties met open standaarden. Indien niet, dan stappen we over op andere leveranciers en bouwen we in hoog tempo de relatie met het tegenwerkende bedrijf af.
Geloof me, ICT~Office gaat moord en brand schreeuwen, gaat boe-roepen over marktverstoring. In het koor ‘Ach en wee’ zullen we dan de Centric’s en Getronic’s vinden die hardop voorlezen uit nog te verschijnen onafhankelijke onderzoeksrapporten die vertellen hoe fijn zij zijn. Gewoon negeren, is mijn advies, en richt je op die leveranciers die open ICT in hun genen hebben of die snappen dat je er als bedrijf in de eerste plaats bent om aan de vraag van de klant tegemoet te komen.
Column: Bedrijven reageren op marktvraag
Dit lijkt me op zich een open deur: commerciële bedrijven reageren op de vraag uit de markt, op de vraag van hun klanten. Het is dan wel zaak dat die klanten hun vraag duidelijk formuleren en vervolgens met hun voeten (en euro’s) duidelijk maken wat ze van bedrijven verwachten. Vreemd genoeg lijkt dit mechanisme niet op te gaan als de overheid als klant functioneert in relatie tot haar ICT-dienstverleners. Dan ga je als overheid ‘in gesprek’ met de leveranciers, dan sluit je convenanten, spreek je manifesten af waarbij de leveranciers beloven over jouw wensen na te denken. Met de voeten stemmen is voor overheids-ICT niet te doen, want daarvoor is leveranciersonafhankelijkheid een vereiste. En daar zijn ‘we’ nog over in gesprek. Het onderzoek naar de commerciële sponsoring van het NOiV Jaarcongres liet echter zien dat een steviger en standvastiger houding richting de ICT-dienstverleners niet alleen mogelijk is , maar ook door henzelf wenselijk wordt geacht.
Voor een aantal bedrijven is open ICT geen vraagstuk, want die hebben hun bedrijfsmodel opgebouwd rond open standaarden en open source software. Dat zijn de bedrijven die op dit moment de grootste risico’s nemen, die innovatief aansluiten bij het afgekondigde overheidsbeleid en maximaal willen bijdragen aan een meer open overheid. En gelijktijdig een boterham verdienen natuurlijk. De opmerking van Frans Suijkerbuijk van Opensapiens dat je met een goede business case overheidsorganisaties beperkt kan overtuigen vereist dan wel extra aandacht. Het is dan bijvoorbeeld maar de vraag of en in welke mate het aangekondigde rapport van de Algemene Rekenkamer (die juist op de business case in moet gaan) zal leiden tot gewijzigd ICT-beleid bij de overheden.
Dat overheden vooral een duidelijke vraag naar open ICT in de markt moeten zetten, blijkt uit de opmerkingen van Jan Willem van Eck van Esri. Esri gaat meer open werken, omdat de klanten daarom vragen, omdat open standaarden in hun markten van belang worden geacht. Door op die vraag in te spelen willen zij meer kans maken bij aanbestedingen. En daar wringt natuurlijk ook de schoen. ICT-jurist Mathieu Paapst heeft al aangetoond dat in bijna de helft van de Europese aanbestedingen in Nederland nog steeds een niet toegestane voorkeur voor gesloten leveranciers en gesloten software wordt uitgesproken.
Kortom, de klant (de overheid dus) geeft een onduidelijk signaal aan de markt en geeft daarmee zelf maximale ruimte aan de bestaande ICT-leveranciers om vooral zo weinig mogelijk te bewegen. In mijn optiek moet je als klant niet gaan ‘polderen’ met de bedrijven waar je diensten van wilt afnemen. Ik heb er al meerdere malen voor gepleit dat de overheid, of liever gezegd de hele publieke sector, het gebruik van open standaarden in haar gehele ICT verplicht moet stellen en moet afdwingen. Dat heeft niks met ideologie te maken, maar alles met het realiseren van een duurzame, open, transparante, leveranciersonafhankelijke en democratisch functionerende overheid. En ja, daar mag je best de tijd voor nemen. En ja, daar mogen bedrijven die in opdracht van de overheid zwaar hebben geïnvesteerd best een vergoeding voor krijgen (al moet dat natuurlijk wel even afgezet worden tegen de hoeveelheid belastingeuro’s die in onderhoud van brakke systemen is gaan zitten). Maar de boodschap moet helder, krachtig en eenduidig zijn: voor datum t werken alle overheidsapplicaties met open standaarden. Indien niet, dan stappen we over op andere leveranciers en bouwen we in hoog tempo de relatie met het tegenwerkende bedrijf af.
Geloof me, ICT~Office gaat moord en brand schreeuwen, gaat boe-roepen over marktverstoring. In het koor ‘Ach en wee’ zullen we dan de Centric’s en Getronic’s vinden die hardop voorlezen uit nog te verschijnen onafhankelijke onderzoeksrapporten die vertellen hoe fijn zij zijn. Gewoon negeren, is mijn advies, en richt je op die leveranciers die open ICT in hun genen hebben of die snappen dat je er als bedrijf in de eerste plaats bent om aan de vraag van de klant tegemoet te komen.
Dit was gisteren, op naar morgen
In 2006 schreef ik mijn eerste ‚life plan’ in het kielzog van een derde burn-out. Op aangeven van de psycholoog ging ik eens nadenken wat voor mij de kernwaarden in het leven waren en hoe die zich moesten vertalen naar verschillende levensterreinen. Het plan heeft goede dienst gedaan en het wordt zo langzamerhand tijd een nieuw ‚life plan’ op te stellen. Waarom? Bijna alle doelen zijn bereikt (één uitzondering, ik moet nog steeds afvallen
). Vooruitkijken begint met terugkijken, in dit geval terugkijken naar 2010, een jaar waarin ik zo te zien ‚zoekend’ was en het plan had een ‚open sabbatical’ te houden, voor mij -in retrospect- het teken dat het ‚life plan’ uit 2006 aan vervanging toe is. Wat is er het afgelopen jaar gebeurd?
Lees de rest van dit bericht
Dit was gisteren, op naar morgen
In 2006 schreef ik mijn eerste ‚life plan’ in het kielzog van een derde burn-out. Op aangeven van de psycholoog ging ik eens nadenken wat voor mij de kernwaarden in het leven waren en hoe die zich moesten vertalen naar verschillende levensterreinen. Het plan heeft goede dienst gedaan en het wordt zo langzamerhand tijd een nieuw ‚life plan’ op te stellen. Waarom? Bijna alle doelen zijn bereikt (één uitzondering, ik moet nog steeds afvallen
). Vooruitkijken begint met terugkijken, in dit geval terugkijken naar 2010, een jaar waarin ik zo te zien ‚zoekend’ was en het plan had een ‚open sabbatical’ te houden, voor mij -in retrospect- het teken dat het ‚life plan’ uit 2006 aan vervanging toe is. Wat is er het afgelopen jaar gebeurd?
Lees de rest van dit bericht
Afstand, balans en goede gesprekken
Met het artikel ‘Terug naar de basis‘ begon voor mij een periode waarin ik heel wat activiteiten rond open source en open standaarden heb afgebouwd. Ik heb het onderwerp en het wereldje niet helemaal los kunnen laten, maar het was een goede stap. De vraag ‘Waarom ben je eigenlijk begonnen met schrijven?’ heeft me bezig gehouden en zo langzamerhand ontstonden de contouren van wat ik nu verder wil gaan doen. Ik ben andere boeken gaan lezen, heb nog meer boeken gekocht die mijn aandacht vereisen. En ik heb met een aantal mensen hele goede gesprekken gevoerd, over FOSS, over mijn werk en over mijzelf.
De afstand was goed. Ik wilde op de een of andere manier boven op het nieuws blijven zitten en ook wel de ruimte hebben er op in te gaan, maar niet als een regelmatig ‘ding’. De oplossing is de Open Trends nieuwsselectie geworden. En langzaam maar zeker gaat het de goede kant op. Het aantal volgers op Twitter neemt gestaag toe en de laatste tijd zie ik het aantal clicks vanuit de dagelijkse overzichten naar de oorspronkelijke bronnen toenemen. Ik wilde weer leuke en praktische artikelen schrijven, mensen laten zien hoe leuk het is met open source aan de slag te gaan. De oplossing werd de site Basiscursus Ubuntu. De eerste artikelen zijn geplaatst en ik heb er weer lol in gekregen om te schrijven. Ik wil mij meer en meer gaan bezig houden met het onderwerp ‘digitale geletterdheid en de contouren daarvan worden zichtbaar via DigiKritisch.
De verschillende gesprekken hebben de basis gelegd voor een aantal concrete projecten die vooral in 2011 zichtbaar gaan worden. Ik mag opnieuw aan de slag als redacteur van het Open Source Jaarboek. Daarnaast lopen gesprekken over een vijftal andere projecten en activiteiten. Ik ben de verschillende mensen heel dankbaar, want onze 1-2-tjes hebben geholpen om de lol in ‘open’ terug te vinden. Zodra de projecten en activiteiten verder geconcretiseerd zijn schrijf ik er meer over.
De belangstelling voor de training PR & Communicatie voor FOSS-organisaties is boven verwachting. Afgelopen zaterdag stond de teller op 16 aanmeldingen en het lijkt er op dat dit aantal nog gaat toenemen. Bij T-DOSE gaf ik voor het eerst sinds maanden weer een lezing. Ik kon helaas niet lang blijven, maar het was heerlijk de atmosfeer te proeven, te horen dat de belangstelling sterk was toegenomen en weer met mensen te babbelen. Het was een beetje thuiskomen na een lange vakantie.
Afstand, balans en goede gesprekken
Met het artikel ‘Terug naar de basis‘ begon voor mij een periode waarin ik heel wat activiteiten rond open source en open standaarden heb afgebouwd. Ik heb het onderwerp en het wereldje niet helemaal los kunnen laten, maar het was een goede stap. De vraag ‘Waarom ben je eigenlijk begonnen met schrijven?’ heeft me bezig gehouden en zo langzamerhand ontstonden de contouren van wat ik nu verder wil gaan doen. Ik ben andere boeken gaan lezen, heb nog meer boeken gekocht die mijn aandacht vereisen. En ik heb met een aantal mensen hele goede gesprekken gevoerd, over FOSS, over mijn werk en over mijzelf.
De afstand was goed. Ik wilde op de een of andere manier boven op het nieuws blijven zitten en ook wel de ruimte hebben er op in te gaan, maar niet als een regelmatig ‘ding’. De oplossing is de Open Trends nieuwsselectie geworden. En langzaam maar zeker gaat het de goede kant op. Het aantal volgers op Twitter neemt gestaag toe en de laatste tijd zie ik het aantal clicks vanuit de dagelijkse overzichten naar de oorspronkelijke bronnen toenemen. Ik wilde weer leuke en praktische artikelen schrijven, mensen laten zien hoe leuk het is met open source aan de slag te gaan. De oplossing werd de site Basiscursus Ubuntu. De eerste artikelen zijn geplaatst en ik heb er weer lol in gekregen om te schrijven. Ik wil mij meer en meer gaan bezig houden met het onderwerp ‘digitale geletterdheid en de contouren daarvan worden zichtbaar via DigiKritisch.
De verschillende gesprekken hebben de basis gelegd voor een aantal concrete projecten die vooral in 2011 zichtbaar gaan worden. Ik mag opnieuw aan de slag als redacteur van het Open Source Jaarboek. Daarnaast lopen gesprekken over een vijftal andere projecten en activiteiten. Ik ben de verschillende mensen heel dankbaar, want onze 1-2-tjes hebben geholpen om de lol in ‘open’ terug te vinden. Zodra de projecten en activiteiten verder geconcretiseerd zijn schrijf ik er meer over.
De belangstelling voor de training PR & Communicatie voor FOSS-organisaties is boven verwachting. Afgelopen zaterdag stond de teller op 16 aanmeldingen en het lijkt er op dat dit aantal nog gaat toenemen. Bij T-DOSE gaf ik voor het eerst sinds maanden weer een lezing. Ik kon helaas niet lang blijven, maar het was heerlijk de atmosfeer te proeven, te horen dat de belangstelling sterk was toegenomen en weer met mensen te babbelen. Het was een beetje thuiskomen na een lange vakantie.
Er was eens …
Tja, dit was de titel van een column waar ik al een paar dagen op aan het broeden was. Ik bedoel, het zal toch maar weinigen zijn ontgaan dat ik deze periode een kritische volger van het programmabureau Nederland Open in Verbinding ben, dat ik graag zie dat de betrokkenheid van de vrije en open source gemeenschap wat beter en transparanter wordt georganiseerd en daar ook nog wel wat suggesties voor heb. Om weer een stukje openheid te realiseren ben ik wat vragen gaan stellen over de follow-up rond het overleg dat staatssecretaris Heemskerk met een aantal vrije en open source organisaties heeft gehad. Immers, in het verslag (PDF) van dat overleg (7 mei 2009) stonden de volgende afspraken:
Na de toelichtingen op de ideeën wordt afgesproken om in september weer een bijeenkomst te organiseren. Voor de zomer zal programmabureau NOiV laten weten met welke ideeën nog dit jaar een start gemaakt kan worden binnen het NOiV programma 2009. Sommige ideeën passen beter binnen Digivaardig & Digibewust. In dat geval zal het programmabureau contact leggen met ECP. In de vergadering van september wordt een kort statusrapport per project met de staatssecretaris besproken.
Het leven is geen sprookje
Sprookjes hebben weinig met de realiteit te maken en de realiteit eindigt niet vaak met: “Ze leefden nog lang en gelukkig”. In de journalistieke werkelijkheid ga je dan vragen stellen, heel vriendelijk en geduldig, en dat deed ik dan op 19 oktober. In concreto gingen de volgende vragen naar het ministerie van Economische Zaken:
- Welke ideeën zijn door het NOiV overgenomen, hoe is die keuze gemaakt en wat is er sindsdien met die ideeën verder gebeurd?
- Welke ideeën zijn ondergebracht bij Digibewust & Digivaardig, hoe is die keuze gemaakt en wat is er sindsdien met die ideeën gebeurd?
- Met welke ideeën is niets gedaan, waarom niet en betekent dit dat ze ook niet op een later tijdstip meegenomen gaan/zullen worden?
- Is er al een vervolgafspraak geweest met de staatssecretaris? Zo ja, is daar een verslag van? Zo nee, waarom dan niet en wanneer zal het overleg dan wel plaatsvinden?
In een mooie film komt dan per ommegaande antwoord, maar dit was geen film. Op 30 oktober nog maar eens een vriendelijke herinnering gestuurd. Ondertussen was vanuit een aantal vrije en open organisatie wel duidelijk gemaakt dat zij niet wisten wat er met hun input was gebeurd, ze verder geen contact meer hadden gehad met EZ of NOiV en dat het afgesproken overleg niet had plaatsgevonden. Oeps, een staatssecretaris die zijn afspraken niet nakomt!
Je schrijft voor Transparante Zaken of niet en dan moet je ook open en transparant verder. Maar even een vervolgberichtje op 9 november, ditmaal zowel naar EZ als NOiV, met een derde herhaling van de vragen en de melding dat ik nu naar een concreet artikel toewerkte. Bij voorkeur met reactie van EZ. En dan gaat het opeens heel snel, het leek wel een sprookje.
Op 10 november was daar het langverwachte antwoord van Economische Zaken, waar NOiV het ook verder bij wilde laten:
- Sinds het overleg dit voorjaar is door het Programmabureau NOiV, de ambassadeur NOiV en Economische Zaken bekeken welke ideeën en voorstellen voldoende geconcretiseerd konden worden om in te passen in de activiteiten van het Programmabureau. Uiteraard in overleg met de indieners.
- Op dit moment wordt hier door Programmabureau ook uitvoering aan gegeven of zit dat in de planning.
- De staatssecretaris zal in een vervolgoverleg aan de aanwezigen van het vorige overleg een terugkoppeling geven van de huidige stavaza.
- Dit vervolgoverleg zal naar verwachting binnenkort plaatsvinden. Wij maken dat ook nog bekend.
Sprookjes worden bijvoorbeeld gekenmerkt door het gebrek aan duidelijke kenmerken voor wat betreft plaats en tijd. Nu snap ik ook wel dat het niet netjes is om met derden te spreken over voorstellen die zijn ingediend voordat de indieners zelf op de hoogte zijn (al ben ik persoonlijk wel voorstander voor een meer open en transparante discussie over de voorstellen, maar dat zal geen verrassing zijn). Maar het zou wel prettig zijn als het geheel wat specifieker beantwoord was. Met welke indieners hebben bijvoorbeeld al gesprekken plaatsgevonden rond de concretisering? Op welke termijn mogen de indieners het volgende gesprek met de staatssecretaris verwachten? Zijn er al gesprekken geweest over het onderbrengen bij Digibewust/Digivaardig, en zo niet, voor wanneer staat het in de planning?
Geen sprookje, maar een blijde boodschap
Op 11 november komt dat toch de opmaat naar: “Ze leefden nog lang en gelukkig”. Het ministerie kwam met een blijde boodschap. Nu heb ik persoonlijk wel ervaring met dat brengen van blijde boodschappen, maar die hebben minder gemeen met het spreekwoordelijke ‘duveltje uit het doosje’.
Het eerste deel van de blijde boodschap (van EZ dan) was dat de ridder op het witte paard was gearriveerd om de slapende prinses wakker te kussen (sorry Ineke). Frans Nauta was door de staatssecretaris (welke rol moet ik hem eigenlijk geven in het sprookje?) aangesteld als ambassadeur voor het actieplan, gericht op onderwijs, zorg en de open communities. Hé, dat is opvallend! Want in het Werkplan NOiV 2009 (18 februari 2009) stond al het volgende:
Het veld van Open Organisaties alsmede (open) leveranciers worden nauw betrokken bij de aanpak van het programmabureau. Enige malen per jaar zal met de ‘open community’ overlegd worden onder voorzitterschap van Frans Nauta. Hij is door staatssecretaris Heemskerk, naast Erik Gerritsen, eveneens als ambassadeur van het programma gevraagd.
En ook op de website van het programmabureau wordt Frans in het voorjaar al als ambassadeur aangeduid. Misschien was dat zijn proeftijd? Je moet toch weten of een ridder op zijn witte paard kan blijven zitten. Sprookjes zijn serieuze aangelegenheden.
De blijde boodschap was ook fijn voor de vrije en open organisaties en hun plannen. Want, zo lezen wij in het persbericht:
Eind november spreekt Heemskerk opnieuw met de sector. Uit praktisch oogpunt is dit geen heel groot gezelschap, maar uiteraard staat het iedereen vrij zijn ideeën en suggesties bij de ambassadeur kenbaar te maken.
Echt, ik zie hier tal van kleine kinderen rode koontjes krijgen van het glunderen. Het verhaal lijkt toch echt een “eind goed, al goed” te krijgen. En wat handig getimed! Dat is mooi op tijd, want op 3 december wil het programmabureau een echte open bijeenkomst organiseren (vlak voor Sinterklaas, ook handig voor een sprookje). Ja, echt open, want het is een publieke bijeenkomst waar iedereen aan mee mag doen.
En? Dat is toch mooi?
En dan wil ik de pret niet drukken met een wat zurige, misschien zelfs cynische column. Dat het toch wel erg toevallig is dat het duveltje uit het doosje komt, dat het toch wel erg toevallig is dat de besloten bijeenkomst op de valreep vlak voor de open bijeenkomst plaatsvindt, dat het mij niet zou verbazen als in het besloten overleg een klein zakje met geld tevoorschijn gaat komen en enkele plannen worden gehonoreerd (of dat er nu echt afspraken worden gemaakt voor verdere concretisering, na 3 december), dat het straks op 3 december een hele vredige bijeenkomst zal worden, dat die bijeenkomst wellicht gaat eindigen in een leuke fotosessie en dat we straks een mooi fotoboekje krijgen voor onder de kerstboom. Nee, dan moet je de intentie van de sprookjesverteller respecteren. Dan moet je daar een mooie “Er was eens…” column van maken.
Maar helaas. Het was een beetje druk dit weekend met echt belangrijke dingen. Een aantal leden van Ubuntu-NL gaat voor Go4Africa een twintigtal computers gereed maken, voor een project in Gambia. Ik heb mij bezig gehouden met het maken van een aantal instructiefilmpjes en het verzamelen van open courseware, zodat de gebruikers daar lekker kunnen groeien in hun kennis van open source software. Ik moest ook nog Mandriva 2010 en OpenSUSE 11.2 op mijn laptop installeren en er kwam nog op korte termijn een verzoekje voor een lezing (zeg maar, mijn blijde boodschap). Dus, met oprecht excuus, maar de column “Er was eens…” is er dit weekend niet van gekomen. En zeg nou zelf, op onze leeftijd geloven we toch niet meer in sprookjes.
Er was eens …
Tja, dit was de titel van een column waar ik al een paar dagen op aan het broeden was. Ik bedoel, het zal toch maar weinigen zijn ontgaan dat ik deze periode een kritische volger van het programmabureau Nederland Open in Verbinding ben, dat ik graag zie dat de betrokkenheid van de vrije en open source gemeenschap wat beter en transparanter wordt georganiseerd en daar ook nog wel wat suggesties voor heb. Om weer een stukje openheid te realiseren ben ik wat vragen gaan stellen over de follow-up rond het overleg dat staatssecretaris Heemskerk met een aantal vrije en open source organisaties heeft gehad. Immers, in het verslag (PDF) van dat overleg (7 mei 2009) stonden de volgende afspraken:
Na de toelichtingen op de ideeën wordt afgesproken om in september weer een bijeenkomst te organiseren. Voor de zomer zal programmabureau NOiV laten weten met welke ideeën nog dit jaar een start gemaakt kan worden binnen het NOiV programma 2009. Sommige ideeën passen beter binnen Digivaardig & Digibewust. In dat geval zal het programmabureau contact leggen met ECP. In de vergadering van september wordt een kort statusrapport per project met de staatssecretaris besproken.
Het leven is geen sprookje
Sprookjes hebben weinig met de realiteit te maken en de realiteit eindigt niet vaak met: “Ze leefden nog lang en gelukkig”. In de journalistieke werkelijkheid ga je dan vragen stellen, heel vriendelijk en geduldig, en dat deed ik dan op 19 oktober. In concreto gingen de volgende vragen naar het ministerie van Economische Zaken:
- Welke ideeën zijn door het NOiV overgenomen, hoe is die keuze gemaakt en wat is er sindsdien met die ideeën verder gebeurd?
- Welke ideeën zijn ondergebracht bij Digibewust & Digivaardig, hoe is die keuze gemaakt en wat is er sindsdien met die ideeën gebeurd?
- Met welke ideeën is niets gedaan, waarom niet en betekent dit dat ze ook niet op een later tijdstip meegenomen gaan/zullen worden?
- Is er al een vervolgafspraak geweest met de staatssecretaris? Zo ja, is daar een verslag van? Zo nee, waarom dan niet en wanneer zal het overleg dan wel plaatsvinden?
In een mooie film komt dan per ommegaande antwoord, maar dit was geen film. Op 30 oktober nog maar eens een vriendelijke herinnering gestuurd. Ondertussen was vanuit een aantal vrije en open organisatie wel duidelijk gemaakt dat zij niet wisten wat er met hun input was gebeurd, ze verder geen contact meer hadden gehad met EZ of NOiV en dat het afgesproken overleg niet had plaatsgevonden. Oeps, een staatssecretaris die zijn afspraken niet nakomt!
Je schrijft voor Transparante Zaken of niet en dan moet je ook open en transparant verder. Maar even een vervolgberichtje op 9 november, ditmaal zowel naar EZ als NOiV, met een derde herhaling van de vragen en de melding dat ik nu naar een concreet artikel toewerkte. Bij voorkeur met reactie van EZ. En dan gaat het opeens heel snel, het leek wel een sprookje.
Op 10 november was daar het langverwachte antwoord van Economische Zaken, waar NOiV het ook verder bij wilde laten:
- Sinds het overleg dit voorjaar is door het Programmabureau NOiV, de ambassadeur NOiV en Economische Zaken bekeken welke ideeën en voorstellen voldoende geconcretiseerd konden worden om in te passen in de activiteiten van het Programmabureau. Uiteraard in overleg met de indieners.
- Op dit moment wordt hier door Programmabureau ook uitvoering aan gegeven of zit dat in de planning.
- De staatssecretaris zal in een vervolgoverleg aan de aanwezigen van het vorige overleg een terugkoppeling geven van de huidige stavaza.
- Dit vervolgoverleg zal naar verwachting binnenkort plaatsvinden. Wij maken dat ook nog bekend.
Sprookjes worden bijvoorbeeld gekenmerkt door het gebrek aan duidelijke kenmerken voor wat betreft plaats en tijd. Nu snap ik ook wel dat het niet netjes is om met derden te spreken over voorstellen die zijn ingediend voordat de indieners zelf op de hoogte zijn (al ben ik persoonlijk wel voorstander voor een meer open en transparante discussie over de voorstellen, maar dat zal geen verrassing zijn). Maar het zou wel prettig zijn als het geheel wat specifieker beantwoord was. Met welke indieners hebben bijvoorbeeld al gesprekken plaatsgevonden rond de concretisering? Op welke termijn mogen de indieners het volgende gesprek met de staatssecretaris verwachten? Zijn er al gesprekken geweest over het onderbrengen bij Digibewust/Digivaardig, en zo niet, voor wanneer staat het in de planning?
Geen sprookje, maar een blijde boodschap
Op 11 november komt dat toch de opmaat naar: “Ze leefden nog lang en gelukkig”. Het ministerie kwam met een blijde boodschap. Nu heb ik persoonlijk wel ervaring met dat brengen van blijde boodschappen, maar die hebben minder gemeen met het spreekwoordelijke ‘duveltje uit het doosje’.
Het eerste deel van de blijde boodschap (van EZ dan) was dat de ridder op het witte paard was gearriveerd om de slapende prinses wakker te kussen (sorry Ineke). Frans Nauta was door de staatssecretaris (welke rol moet ik hem eigenlijk geven in het sprookje?) aangesteld als ambassadeur voor het actieplan, gericht op onderwijs, zorg en de open communities. Hé, dat is opvallend! Want in het Werkplan NOiV 2009 (18 februari 2009) stond al het volgende:
Het veld van Open Organisaties alsmede (open) leveranciers worden nauw betrokken bij de aanpak van het programmabureau. Enige malen per jaar zal met de ‘open community’ overlegd worden onder voorzitterschap van Frans Nauta. Hij is door staatssecretaris Heemskerk, naast Erik Gerritsen, eveneens als ambassadeur van het programma gevraagd.
En ook op de website van het programmabureau wordt Frans in het voorjaar al als ambassadeur aangeduid. Misschien was dat zijn proeftijd? Je moet toch weten of een ridder op zijn witte paard kan blijven zitten. Sprookjes zijn serieuze aangelegenheden.
De blijde boodschap was ook fijn voor de vrije en open organisaties en hun plannen. Want, zo lezen wij in het persbericht:
Eind november spreekt Heemskerk opnieuw met de sector. Uit praktisch oogpunt is dit geen heel groot gezelschap, maar uiteraard staat het iedereen vrij zijn ideeën en suggesties bij de ambassadeur kenbaar te maken.
Echt, ik zie hier tal van kleine kinderen rode koontjes krijgen van het glunderen. Het verhaal lijkt toch echt een “eind goed, al goed” te krijgen. En wat handig getimed! Dat is mooi op tijd, want op 3 december wil het programmabureau een echte open bijeenkomst organiseren (vlak voor Sinterklaas, ook handig voor een sprookje). Ja, echt open, want het is een publieke bijeenkomst waar iedereen aan mee mag doen.
En? Dat is toch mooi?
En dan wil ik de pret niet drukken met een wat zurige, misschien zelfs cynische column. Dat het toch wel erg toevallig is dat het duveltje uit het doosje komt, dat het toch wel erg toevallig is dat de besloten bijeenkomst op de valreep vlak voor de open bijeenkomst plaatsvindt, dat het mij niet zou verbazen als in het besloten overleg een klein zakje met geld tevoorschijn gaat komen en enkele plannen worden gehonoreerd (of dat er nu echt afspraken worden gemaakt voor verdere concretisering, na 3 december), dat het straks op 3 december een hele vredige bijeenkomst zal worden, dat die bijeenkomst wellicht gaat eindigen in een leuke fotosessie en dat we straks een mooi fotoboekje krijgen voor onder de kerstboom. Nee, dan moet je de intentie van de sprookjesverteller respecteren. Dan moet je daar een mooie “Er was eens…” column van maken.
Maar helaas. Het was een beetje druk dit weekend met echt belangrijke dingen. Een aantal leden van Ubuntu-NL gaat voor Go4Africa een twintigtal computers gereed maken, voor een project in Gambia. Ik heb mij bezig gehouden met het maken van een aantal instructiefilmpjes en het verzamelen van open courseware, zodat de gebruikers daar lekker kunnen groeien in hun kennis van open source software. Ik moest ook nog Mandriva 2010 en OpenSUSE 11.2 op mijn laptop installeren en er kwam nog op korte termijn een verzoekje voor een lezing (zeg maar, mijn blijde boodschap). Dus, met oprecht excuus, maar de column “Er was eens…” is er dit weekend niet van gekomen. En zeg nou zelf, op onze leeftijd geloven we toch niet meer in sprookjes.